|
Onze marathon van Berlijn
Op 20 september van dit jaar liepen wij de marathon van Berlijn. Voor Carla was het de vijfde keer en voor (zoon) Jerry de eerste keer. Wij kunnen terugkijken op een goed georganiseerd evenement in een mooie stad met dito parcours en warm, …heel warm weer.
Op een winteravond, het zal niet ver voor kerst zijn geweest hakte Carla, mijn moeder, voor zichzelf de knoop door: na de marathons van Londen, New York en (2x) Rotterdam wilde zij nog een marathon uit het ‘grote rijtje’ lopen. Het zou de vijfde worden. Met een net even te grote mond brulde ik dat ik dan mijn eerste zou lopen. Dit gezegd hebbende zat ik daar natuurlijk direct gruwelijk aan vast. In het voorjaar werd definitief ingeschreven en stond het evenement dus officieel ‘voor de deur’… de voorbereiding kon beginnen. Wij lopen bij de NSL in de groep van Ton van Pinxteren: een gezellige groep met redelijk veel lopers. Ik vind dat wel prettig, want je kunt dan per keer bekijken of je voorin loopt, in de groep of rustiger aan. Normaal lopen wij meestal op dinsdag mee met de NSL en lopen wij daarnaast ook veel zelf (Carla komt dinsdags uit Waddinxveen via Voorhout naar de club). Omdat ik tot voor kort mijzelf hooguit een aantal keren per jaar aan een halve marathon waagde was het belangrijk om even goed te bekijken hoe we ons zouden voorbereiden. Het beproefde schema van Carla verhuisde van Waddinxveen naar Voorhout en besloten werd om voordat het schema op 29 juni van start zou gaan (uitgaande van 4x lopen per week) al redelijk in conditie te zijn. De frequentie werd alvast naar 4x opgetrokken.
…toen ging Carla tijdens de meivakantie door haar enkel! Gelukkig herstelde zij tijdig en kon zij ook op tijd met haar ‘12 weken’ beginnen. Die weken vielen in de zomervakantie, maar dit belemmerde ons niet: we hebben het voorschrift netjes gevolgd. Ik merkte dat het een heel fijn gevoel gaf om zo bewust met het lopen bezig te zijn.
Na de zomervakantie was het bijna zo ver. We konden vrij gaan vragen. Dit leverde voor Carla, die in Waddinxveen in het zwembad werkt, geen problemen op. Voor mijzelf was het zowaar ook geen probleem om vrij te krijgen. Noch het Teylingen-college als het Rijnlands-lyceum deden daar moeilijk over.
De 18e september vertrokken wij richting Berlijn. Ons hotel was op een steenworp afstand van het beroemde Kaufhaus des Westens (KaDeWe) en dus van de Kurfuerstendam. Bij aankomst konden wij bij de marathon-messe (op de schitterende oude luchthaven Tempelhof) ons startnummer halen en ons vergapen aan de vele stands met gadgets en goodies. Later zijn wij gaan eten en hebben wij onze rust genomen. Op zaterdag was het al druk in de stad. Op die dag werd er ge-in-line-skate en was er een mini marathon voor de scholieren uit de stad. De weerberichten voorspelden die dag al dat het op de racedag warm zou worden. Op zondag was de spanning bij mij daarom groot. Als ik iets lastig vind, dan is het wel lopen in de warmte. Ik ben al vrij zwaar gebouwd voor een lange-afstand-loper en kan op warme dagen mijn warmte slecht kwijt. Ik besloot maar te vertrouwen op mijn warmte-regulerend shirt (voor zomer en winter van een geweldig merk gekocht bij een lokaal ‘sporthuis’). Dat shirt had bovendien als functie te zorgen dat de dikke anti-tepel-schuur-plakkers niet zouden verschuiven. Toen we het hotel verlieten had ik het gevoel een opgetuigde kerstboom te zijn, maar: het feest kon beginnen. Aangekomen bij het grote starterrein (voor de Reichstag) brachten we eerst de spullen van Carla in vak vijf-duizend-zoveel… en toen mijn spullen weg. Mijn vak was aan de andere kant van het terrein dat bij wijze van spreken zo groot was dat je de U-bahn nodig had om er te komen. Daar stond tegenover dat door deze ruime opzet en een enorme batterij aan vrijwilligers wij onze spullen snel kwijt waren. We kregen een vuilniszak van het merk adidas en konden naar de start waar het wachten kon beginnen. Wat doe je dan als het startschot valt? Ik ben rustig begonnen. We hebben naar elkaar gezwaaid en ik heb de hele weg lang genoten van de mensen, het uitzicht en de bandjes langs de kant. De eerste vijf kilometer waren om voordat ik daar erg in had. Op naar de 10, 15… het ging eigenlijk best prima. In de wijk Kreuzberg stonden veel mensen langs de route. De route liep langs veel metrostations zodat het eigenlijk overal vol stond. De 25 km doorkomst was ook ‘redelijk fris’. De hitte viel voor mijn gevoel nog mee en ik was in staat om te drinken en mijn fruitjes te eten. Om en om waren er langs de kant kleine drinkposten met water en grote drinkposten met water, thee, sportdrank, banaan en appels. Bij alle verzorgingsposten kon je je spons natmaken.
De hitte werd minder prettig tegen de 30 km. Ik probeerde soepel te blijven lopen en niet te gaan stampen. We kwamen vanuit een ‘dorpse’ buitenwijk weer richting het centrum van voormalig west-Berlijn bij de 35 km stonden onze supporters weer. Na het 35 km punt voelde ik mij wat zenuwachtig worden. Langer dan 35 km ging het trainingsschema niet. Deze laatste zeven kilometer en een beetje moest ik nog zien door te komen en verhalen van mensen die de marathon al eens hadden gelopen logen er niet om… het zou “pijn gaan doen”, “de laatste kilometers zijn het zwaarst” en “na 35 kilometer begint de marathon pas…” waren worden die maar door mijn hoofd gingen. Los van steeds wat stijver wordende bovenbenen had ik eigenlijk nog geen grote problemen. Bij 38 km gaven mijn bovenbenen aan dat ik het verder ‘maar moest uitzoeken’. Er schoot een kramp door mijn benen van mijn knieën tot mijn liezen. Leuk… (-not-). Vanaf de 30 km kon je her en der op een massagetafel plaats nemen, maar die zag ik even niet… wel een drinkpost en ik kon proberen de kramp weg te wrijven. Zo kwam ik steeds een stukje verder, maar de kramp bleef niet weg. Bij de laatste drinkpost stond geen rij voor de WC, dus die heb ik nog even benut. Mijn voorgenomen tijd, daar zat ik inmiddels een kwartier boven. Daar dacht ik ook helemaal niet meer aan…uitlopen: dat was nu belangrijk. HUP! En toen snel door… voor het laatste –hele mooie- stuk: een lange lijn over de weg “Unter den Linden” en dan onder de Brandenburger Tor door. Daarachter waren de borden met “Ziel” (Finish) al zichtbaar. Het werd vijf uur… en een beetje. Na het finishen wilde ik kijken of ik snel mijn spullen kon halen, zodat ik naar mijn moeder en de supporters kon. Normaal gesproken zou Carla al binnen moeten zijn, maar door de hitte was het bij haar ook minder vlot gegaan dan normaal. Het maakte de pret er niet minder om: het was een warme maar mooie marathon. Ik weet zeker dat ik dit later, nog wel eens zal doen.
En dan het herstel, de thuiskomst, de reacties van vrienden en collega’s… ik heb het allemaal als erg leuk ervaren. Ik heb nog niet met de club meegetraind op het moment dat ik dit stukje schrijf. Ik loop voorzichtig zelf wat rondjes in de buurt hier. Spierpijn heb ik sinds de woensdag na de marathon niet gehad, wel merk ik dat mijn benen en knieën nog sputteren als ik aan probeer te zetten of langer bezig ben. Binnenkort gaan wij het weer bij Ton proberen. Wij zien jullie daar wel weer een keer.
Tot ziens, Carla en Jerry van der Weijde
|